Inzicht in dakloosheid

Inzicht in dakloosheid

BuurToren geeft graag inzicht in dakloosheid. Wat is dakloosheid en waarom is
het zo belangrijk dat dakloosheid zo snel mogelijk opgelost wordt. Het eerste
deel van deze vraag lijkt vreemd, maar is cruciaal. De definitie van
dakloosheid bepaalt namelijk de omvang. En als we niet weten hoe groot de
omvang van het probleem is, dan kunnen we het probleem ook niet (volledig)
oplossen.

Het tweede deel van de vraag heeft te maken met het fundamentele recht op
adequate huisvesting. Dat fundamentele recht begint bij het huisvesten van
mensen die dakloos zijn of dreigen te worden. En dus niet bij de mensen die al
een grote woning hebben en een nog grotere (lees: duurdere) woning willen
hebben of deze als tweede of zelfs als derde of vierde woning willen gebruiken
of verhuren.

Er is sprake van de grootste wooncrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Ten tijde
van een grote crisis is het niet meer dan normaal dat de schaarse goederen op
rantsoen gaan. Waarom doen we dat ook niet met woningen? U kunt het antwoord
wel raden. Dat willen de gevestigde politieke partijen die het voor het zeggen
hebben niet. Dat ‘schaadt’ hun achterban en dus zijn ze bereid ver te gaan om
de belangen van hun cliënten te verdedigen. Alle mooie woorden ten spijt, is
het de achterban van die politieke partijen vooral te doen om zoveel mogelijk
geld te verdienen aan de verhuur, verkoop en zelfs het laten leegstaan van
woningen.

Waarom pakken we die leegstand niet keihard aan? Waarom is het eigendomsrecht
zoveel belangrijker dan het recht op adequate huisvesting? Ook daar zitten
belangen achter. We worden helaas geregeerd door het kapitaal en door mensen
die het belang en welzijn van hun medemensen niet voorop stellen. Over de
leegstand volgt later meer.

Ambities #

Aan ambities geen gebrek, maar aan resultaten wel. De officiële ambitie luidt
dat dakloosheid in 2030 uitgebannen moet zijn, met meer aandacht voor
preventie, van tijdelijke opvang naar permanente huisvesting en ondersteuning.
Die ambities zijn vastgelegd in het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een
thuis’.

Maar gezien de laatste ontwikkelingen kunnen we makkelijk stellen dat die
ambitie bij lange na niet gehaald zal worden. Dat Nationaal Actieplan
Dakloosheid zit vol met loze beloftes. Het niet halen van de ambitie heeft
primair te maken met het tekort aan sociale huurwoningen. Daarnaast moeten
dakloze mensen door allerlei hoepels springen voordat ze als wettelijk urgent
woningzoekende aangemerkt worden.

Er is geen echte aandacht voor dakloosheid, de bouw van sociale huurwoningen
wordt gefrustreerd en ondertussen wordt de sociale huursector bewust
afgebroken. U leest het goed. Bewust, door kwaadaardig beleid als: verkoop van
sociale huurwoningen, sloop van sociale huurwoningen, huurliberalisatie,
woningcorporaties winstbelasting laten betalen terwijl ze geen winstmotief
hebben. Ze hebben een kerntaak, namelijk het huisvesten van mensen die door
omstandigheden geen woning kunnen vinden. Dakloze mensen horen dus te allen
tijde voorrang te krijgen.

Particuliere verhuurders hebben het huisvesten van mensen die door
omstandigheden geen woning kunnen vinden niet als primaire taak. Zij hebben
alleen dollartekens voor hun ogen en hebben geen belang bij het betaalbaar
houden van woningen, want dat beperkt hun winst. Een van hun gevleugelde
uitspraken is: “Elke woning die wij verhuren is betaalbaar, ook al is de huur €
2.000 per maand, anders zou de woning niet verhuurd worden”. Die houding alleen
al zou voldoende moeten zijn om huisjesmelkers uit te bannen.

De oorzaken van dakloosheid #

Er zijn vier hoofdroutes naar dakloosheid:

  1. Geen onderdak na ingrijpende gebeurtenis (scheiding, baanverlies). Als
    gevolg van de strenge inkomensgrenzen bij huren (tweeverdieners belanden al
    snel in de vrije sector) en de exorbitant gestegen prijzen van koopwoningen,
    kunnen steeds meer mensen de huur of hypotheek niet meer betalen met één
    inkomen;
  2. Geen onderdak na vertrek uit instellingen (GGZ, detentie). Vaak zijn mensen
    hun huis kwijtgeraakt in aanloop naar opname of detentie. Het is geen
    vanzelfsprekendheid meer dat er daarna weer een woning beschikbaar is;
  3. Huisuitzetting, waarbij het ook steeds vaker gaat om andere redenen dan
    betalingsachterstand of overlast. Bij corporaties worden bijvoorbeeld
    medebewoners die niet officieel medehuurder zijn, meestal uitgezet als de
    hoofdbewoner verhuist;
  4. Remigratie. Voor wie een tijd in het buitenland heeft gewoond en terug wil
    naar Nederland, is het vinden van een betaalbare woning vrijwel onmogelijk
    geworden.

Daarnaast ontstaat dakloosheid als gevolg van het stoppen van onzekere, precaire woonvormen:

  • Niet verlengen tijdelijke huurcontracten. Tijdelijke huurcontracten zijn
    inmiddels wettelijk niet meer op grote schaal toegestaan. Toch zijn er nog
    steeds veel huurders die dakloos worden omdat hun tijdelijke contract nu
    afloopt en de (particuliere) verhuurder dat contract niet wil omzetten in een
    contract voor onbepaalde tijd. Woningverhuur is sinds de recente
    wetswijzigingen niet meer zo winstgevend volgens deze verhuurders en zij
    willen hun panden daarom verkopen, uiteraard zonder huurders erin want dan
    kunnen ze een hogere prijs vragen;

  • Wonen in vakantieparken. In veel gemeenten wordt dit nog gedoogd, maar er kan
    ook ineens besloten worden tot handhaving. Er wordt dan wel gesproken over
    wetgeving ten aanzien van het permanent mogen bewonen van recreatiewoningen,
    maar voorlopig is dit nog niet zover en kunnen huurders op elk moment
    gedwongen worden om te vertrekken;

  • Antikraak-/sloopwoningen. Dit was ooit bedoeld als het tijdelijk én
    om-niet(!), te laten bewonen van woningen om een straat/complex leefbaar te
    houden tot aan renovatie of sloop. Helaas is het verworden tot een lucratief
    verdienmodel voor leegstandsbeheerbedrijven, die het vaak niet zo nauw nemen
    met de rechten en belangen van de tijdelijke huurders;

  • Flexibele woningen en jongerenwoningen. Zowel voor flexibele woningen als voor jongerenwoningen worden huurcontracten afgesloten voor vijf jaar. Daarna moeten de huurders weg. De beleidsmakers die beide woonvormen bedacht hebben, gingen er vanuit dat er na vijf jaar wel een permanente woonoplossing beschikbaar zou zijn. Wat sceptici al voorspelden, blijkt helaas de realiteit te zijn nu de eerste vijfjaarscontracten aflopen: er is geen vervolgwoning en de tijdelijke huurders kunnen terug naar hun ouders of staan op straat.

Definities en cijfers #

De omvang van het dakloosheidsprobleem is sterk afhankelijk van de gehanteerde
definitie waarmee het aantal dakloze mensen wordt geteld. Het Nederlandse
overheidsbeleid wordt bepaald op basis van de cijfers die volgen uit de
definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Volgens deze
definitie worden alleen dakloze mensen tussen 18 en 65 jaar meegeteld, die
buiten slapen of in een tijdelijke opvangvoorziening voor dakloze mensen.

De cijfers van het CBS laten de volgende trend zien:

  • Stijging van het aantal dakloze mensen van 18.000 (2009) naar 39.000 (2018),
    daarna een lichte daling naar 32.000 (2021);

  • Aan het begin van 2024 waren er in Nederland zo’n 33.000 mensen dakloos.
    Daarmee is het aantal mensen zonder een eigen woonplek voor het tweede jaar
    op rij gestegen: begin 2022 ging het om zo’n 27.000 mensen, een jaar later
    (2023) om pakweg 30.000.

Deze cijfers van het CBS geven een geflatteerd beeld van de werkelijkheid.
Officieuze cijfers geven aan dat het aantal mensen dat dakloos is eerder
100.000 bedraagt. In de definitie van het CBS worden de volgende groepen
dakloze mensen namelijk niet meegeteld in de cijfers:

  • Mensen van 65 jaar en ouder;
  • Jongeren onder de 18 jaar;
  • Mensen met of zonder kinderen in noodopvang;
  • Uitstromers uit zorginstellingen;
  • Mensen zonder verblijfspapieren;
  • Bankslapers;
  • Mensen in die op vakantieparken of in hotels wonen;
  • Grote onzichtbare groep: mensen zonder officieel woonadres (514.000
    uitgeschreven uit BRP in 2019), waarvan een deel in Nederland verblijft
    zonder stabiel onderdak.

De huidige CBS-definitie is beperkt en dus onvoldoende. In andere Europese
landen wordt de bredere ETHOS-definitie gebruikt, die is ontwikkeld door de
FEANTSA (Europese Federatie van Organisaties die met thuisloze mensen werken).
De ETHOS-definitie hanteert een brede classificatie van dakloosheid,
thuisloosheid, instabiele en ontoereikende huisvesting. Daarmee ontstaat een
accurater en bruikbaar beeld voor monitoring en beleid. Ethos Light is het
instrumentarium waarin de diverse ETHOS-dakloosheidscategorieën zijn samengevat
in zes hoofdcategorieën waarmee overal op dezelfde manier het aantal dakloze
mensen volgens de ETHOS-defnitie in kaart gebracht kan worden.

Nederland heeft jarenlang geweigerd om de ETHOS-definitie te gebruiken.
Inmiddels komt daar langzaamaan verandering in nu steeds meer gemeenten
dakloosheid in kaart gaan brengen volgens Ethos Light. Zoals eerder al
beschreven, doet de Nederlandse overheid weinig concreets om ervoor te zorgen
dat dakloosheid in 2030 is uitgebannen. Dit is echter wél een afspraak die op
Europees niveau al in 2020 is gemaakt. Daarnaast vergeten zowel landelijke als
lokale politici nogal eens dat huisvesting een fundamenteel mensenrecht is.

De Europese context #

In 2020 nam het Europees Parlement een resolutie aan voor beëindiging van
dakloosheid in 2030. De Lisbon Declaration (2021) benadrukt nog eens wat dat
in ieder geval betekent:

  • niemand hoeft buiten te slapen door gebrek aan goede opvang;
  • niemand hoeft langer dan nodig in de opvang te verblijven;
  • niemand verlaat de gevangenis of het ziekenhuis, de jeugdzorg (zorginstelling
    in zijn algemeenheid) zonder adequate huisvesting;
  • zo min mogelijk mensen worden uit hun huis gezet worden en er wordt niemand
    uit huis gezet zonder ondersteuning naar passende huisvesting;
  • mensen die dakloos zijn, worden daar niet om gediscrimineerd.

Huisvesting als mensenrecht #

Huisvesting is een fundamenteel recht. Dit is bevestigd in:

  • de Grondwet;
  • het Europees Sociaal Handvest;
  • Internationaal Verdrag Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR);
  • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Dakloosheid is de extreemste schending van dit recht en het betekent meer dan
alleen geen dak boven het hoofd hebben. Dakloze mensen raken hun veiligheid en
privacy kwijt en zij hebben geen toegang tot onderwijs en zorg. Bovendien zijn
zij vaker slachtoffer van geweld, criminalisering, stigmatiering en hebben zij
een kortere levensverwachting.

Kwetsbare groepen (mensen met een lager inkomen, jongeren uit jeugdzorg,
ex-gedetineerden) lopen een steeds groter risico op dakloosheid. De toegang tot
betaalbare huisvesting wordt immers met de dag onmogelijker, omdat de sociale
huurvoorraad al jarenlang actief verkleind wordt door huurliberalisatie en
verkoop. Dit beleid eist meer en meer zijn tol, want ook groepen die het tot nu
toe nog konden redden, raken steeds vaker in de knel. Zo breidt de groep
dakloze mensen zich steeds meer uit: met vrouwen, kinderen, gezinnen en
(arbeids)migranten die bij baanverlies ook direct hun huisvesting kwijt zijn.

De rol van de overheid #

De overheid heeft verplichtingen op beschikbaarheid, woonzekerheid,
toegankelijkheid en betaalbaarheid van huisvesting. De mensenrechtelijke
benadering helpt bij het werken aan structurele oplossingen voor dakloosheid.
Huisvesting is de basis, het fundament voor alle andere aspecten van het leven.
Daarom is het – inmiddels bewezen succesvolle – Housing First-principe de beste
manier om te voldoen aan die basisvoorwaarde; eerst huisvesting regelen en
daarna pas eventuele andere problemen aanpakken.

Tot nu toe zien we zowel bij de landelijke als de lokale overheid weinig
bereidheid om te voldoen aan zowel de Grondwet als de Europese afspraken als
het gaat om het fundamentele mensenrecht huisvesting. Er zijn zelfs politici
die de grondwettelijke verantwoordelijkheid van de overheid om te zorgen voor
adequate huisvesting relativeren of lakoniek opmerken dat het niet betekent dat
mensen dat grondrecht overal en altijd kunnen verwezenlijken. Daarmee
“verdedigen” zij dan hun keuze om woningen te bouwen voor andere doelgroepen
dan zij die het hardst van allemaal een woning nodig hebben.

Als er weer ergens een alarmerend artikel verschijnt over de toenemende
dakloosheid, bijvoorbeeld onder gezinnen met kinderen, reageren politici niet
met voorstellen voor daadwerkelijke oplossingen maar wordt er vooral gezegd hoe
erg het toch allemaal is. Vervolgens worden de criteria om in aanmerking te
komen voor noodopvang of de urgentiecriteria om een woning te krijgen nog maar
eens wat aangescherpt.

Ondertussen worden er overal plannen voor woningbouw gemaakt waar dakloze
mensen meestal niets aan hebben: (middel)dure huurwoningen en koopwoningen.
Onder beleidsmakers en politici bestaat het nog steeds niet te veranderen
denkbeeld dat mensen hun leven lang “wooncarrière” blijven maken en bij elke
inkomensverbetering duurder, groter en/of luxer (willen) gaan wonen. Omdat er
dan vanzelf goedkope woningen vrijkomen, zo is de gedachte, is het niet nodig
al te veel nieuwe sociale huurwoningen te bouwen. Een voorraad van 30% per
gemeente is meer dan genoeg. Helaas wordt er nooit aan woningzoekenden of
potentiële doorstromers zélf gevraagd wat zij willen. Het beleid bepaalt welke
huur of hypotheek past bij een bepaald inkomen, ongeacht de individuele
situatie van een woningzoekend huishouden. Wie koopt mag nog enigszins zelf
beslissen hoe hoog de woonlasten worden maar wie huurt krijgt een huurprijs
voorgeschreven op basis van het bruto inkomen en een harde maximum
inkomensgrens. Zelfs bij (midden)huurwoningen met een kale huur van € 1.184
waar nog servicekosten bij komen, wordt al gesproken over het “gevaar van
scheefhuren” als mensen er blijven wonen na inkomensverbetering. De grenzen
worden steeds verder verlegd en daarmee ook het risico op dakloosheid bij
financiële tegenslag.

Het gevolg van het beleid is dat zeker huurders een maandelijks bedrag aan
woonlasten moeten betalen dat in het gunstigste geval nét te doen is. Bij
onvoorziene uitgaven of inkomensdaling gaat het al snel mis en ligt dakloosheid
op de loer. Zeker als een huishouden vanwege de maximum inkomensgrens of het
simpele feit dat er geen sociale huurwoning beschikbaar was, in de vrije sector
heeft moeten huren. Er is dan wel een overbrugging mogelijk in de vorm van
woonkostentoeslag of tijdelijke huurverlaging maar daar zit altijd de
voorwaarde aan vast dat er gezocht moet worden naar een goedkopere woning.

Om de alsmaar verder toenemende dakloosheid onder steeds meer groepen mensen
een halt toe te roepen is een andere manier van denken over wonen hard nodig.
Zolang het beleid niet het fundamentele recht op huisvesting als uitgangspunt
neemt, maar de doorstroomgedachte, zullen de problemen alleen maar groter
worden en zal dakloosheid op grote schaal, net zoals in de VS en het VK, iets
worden wat er “nu eenmaal bijhoort”. Dat kunnen we toch niet laten gebeuren in
het land waar de volkshuisvesting met goede en werkelijk betaalbare woningen zo
ongeveer is uitgevonden?!

Conclusie #

Dakloosheid is een groeiend en snel toenemend probleem dat steeds meer mensen
in Nederland treft. Het is een fundamentele schending van het recht op
huisvesting. De urgentie om daksloosheid structureel op te lossen wordt niet of
nauwelijks gevoeld door zowel de landelijke als de lokale overheid.

Alleen al het feit dat de CBS-cijfers slechts een deel van de totale groep
dakloze mensen in beeld brengen, laat al zien dat de overheid liever wegduikt
dan het probleem in volle omvang onder ogen wil zien. Er is allang een veel
betere manier om het aantal dakloze mensen te tellen: de ETHOS
Light-systematiek die is gebaseerd op de ETHOS-definitie van wanneer iemand
dakloos is. Een aantal gemeenten in Nederland gebruikt de ETHOS
Light-systematiek al en het is van groot belang dat er ver aangedrongen wordt
op landelijk gebruik ervan, dus óók door het CBS.

De Housing First-benadering is effectief gebleken en verdient prioriteit.
Momenteel wordt Housing First nog maar op beperkte schaal ingezet. Als het
oplossen van dakloosheid een serieuze ambitie is, kan er óók meer
(overheids)geld vrijgemaakt worden om de huur van corporatiewoningen met
maximale WWS-huren tussen de aftoppingsgrens en de liberalisatiegrens laag te
houden voor ex-dakloze mensen met een laag inkomen. Tijdens een wooncrisis die
vooral de laagstbetaalden treft, is het niet erg logisch om – conform de regels
van het Passend Toewijzen – alleen de voorraad woningen met een maximale
WWS-huur onder de aftoppingsgrens beschikbaar te stellen aan dakloze mensen en
andere urgent woningzoekenden met een lager inkomen.

Tenslotte: structurele preventie, betaalbare huurwoningen en landelijke regie
zijn essentieel voor het realiseren van het doel: uitbanning van dakloosheid in
2030. En zolang de overheid niet thuis geeft, nemen inwoners van steden en
dorpen zélf wel het initiatief om dakloze mensen te voorzien van een onderdak.
Zo is BuurToren momenteel bezig met het bewoonbaar maken van een eerste pand,
BuurvrouwPelger genaamd. Genoemd naar mevrouw Grarda Pelger uit de
Tweebosbuurt, die tot het laatste moment van haar leven gestreden heeft tegen
de sloop van haar geliefde buurt. Zij en haar buurtgenoten moesten wijken voor
gentrificatie, voor mensen met meer geld. Zo onverzettelijk als zij was, zullen
wij blijven als het gaat om het uitbannen van dakloosheid!